deutch français english nederlands
U bent hier:Startpagina

Subsidiereglement voor de aanplant, aanleg en/of onderhoud van punt- en lijnvormige landschapselementen door particulieren

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD VA 25 MAART 2004

Goedkeuren subsidiereglement voor de aanplant, aanleg en onderhoud van punt- en lijnvormige landschapselementen door particulieren.

De Raad,

Gelet op artikel 117 van de Nieuwe Gemeentewet, zoals gecodificeerd bij koninklijk besluit van 24 juni 1988 en bekrachtigd bij artikel 1 van de wet van 26 mei 1989;

Gelet op de artikels 1, 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;

Gelet op de artikels 28 en 29 van het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, gewijzigd bij decreten van 4 mei 1999, 21 december 1994, 22 december 1995, 27 mei 1997, 17 maart 1998, 13 april 1999, 18 mei 1999, 17 juli 2000 en 15 juli 2002;

Gelet op de artikels 2, 3 en 4 van de Wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 1999 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten;

Gelet op de beslissing van de Gemeenteraad van 26 februari 2002 inhoudende goedkeuren van het subsidiereglement voor de aanplant, aanleg en/of onderhoud van kleine landschapselementen (K.L.E.);

Gelet op de Vlaamse uitvoering van de Europese verordening nr. 2078/92 en het ontwerp van het Plattelandsontwikkelingsplan 2000-2006 dat uitvoering geeft aan de Europese verordening nr. 1257/99, waarin hagen, hoogstammige bomen, hoogstamfruitbomen en knotbomen niet vervat zitten;

Gelet op bijlage 3, waarin een opsomming wordt gegeven van de beheerspakketten van de Vlaamse Landmaatschappij (V.L.M.);

Overwegende dat het geven van een positieve stimulans voor de aanplant en het onderhoud van waardevolle landschapselementen de burger actief kan betrekken bij het gemeentelijk natuur- en landschapsbeleid;

Overwegende dat de schoonheid van het landschap in de Vlaamse Ardennen in stand dient gehouden te worden voor latere generaties;

Overwegende dat grote delen van de gemeente Kluisbergen op de biologische waarderingskaart van België gequoteerd staan als ecologisch zeer waardevol;

Overwegende dat de passieve recreatie (wandelen, fietsen) in een landschappelijk waardevolle streek als de Vlaamse Ardennen dient gestimuleerd te worden;

Overwegende dat de beslissing van de Gemeenteraad van 26 februari 2002 inhoudende goedkeuren van het subsidiereglement voor de aanplant, aanleg en/of onderhoud van kleine landschapselementen (K.L.E.), met ingang van 1 januari 2004 dient opgeheven te worden en vervangen dient te worden door de hiernavolgende bepalingen;

Gelet op de kredieten voorzien onder artikel 879/331-01 van de gewone uitgaven van de begroting van het dienstjaar 2004.

BESLUIT:

Artikel 1:

De beslissing van de Gemeenteraad van 26 februari 2002 inhoudende goedkeuren van het subsidiereglement voor de aanplant, aanleg en/of onderhoud van kleine landschapselementen (K.L.E.), wordt met ingang van 1 januari 2004 opgeheven en vervangen door de hiernavolgende bepalingen.

Artikel 2:

Met ingang van 1 januari 2004 worden toelagen uitgekeerd voor de aanplant, aanleg en/of onderhoud van punt- en lijnvormige landschapselementen, bepaald in artikel 3, door particulieren om zo de aantrekkelijkheid van de landelijke omgeving te verhogen.

Artikel 3:

Definities:

1.       lijnvormig landschapselement: een langwerpig, niet perceelsvormend landschapselement dat een landschapsstructurerende invloed heeft en voor een groot deel bestaat uit houtige gewassen;

2.       puntvormig landschapselement: solitaire (alleenstaande) knot- en hoogstambomen, amfibieënpoelen;

3.       haag: een lijnvormige aanplanting van houtige gewassen die onderaan zodanig aaneensluiten dat visuele en fysieke penetratie moeilijk is. In de Vlaamse Ardennen zijn drie types enkelvoudige hagen aanwezig:

3.1.      geschoren haag: haag die in vorm wordt gehouden met een snoeischaar; de haag wordt geschoren en/of geknipt;

3.2.      heg: dit is een haag die al dan niet door verwaarlozing breder en/of hoger uitgegroeid is;

3.3.      kaphaag: haag die bestaat uit lage, dicht op elkaar staande knotbomen van vooral Gewone es of Haagbeuk. De kaphoogte bedraagt slechts 150 à 200 cm en de plantafstand slechts 30 à 150 cm. Kaphagen worden gebruikt als afsluiting van erven, tuinen, boomgaarden en weiden in de onmiddellijke buurt van erven;

4.       houtkant: dit is hakhout (houtige gewassen die periodiek bij de grond worden gekapt en terug uitschieten). Houtkanten komen vooral in de volgende situaties voor: gelijkgrondse houtkanten langs beken of grachten en houtkanten op talud. Houtkanten kunnen meerdere meters breed zijn en worden daarom in oppervlakte (of m²) uitgedrukt:

4.1.      gelijkgrondse houtkant: een houtkant langs één zijde of weerszijden van een beek of gracht die niet of amper op een helling staat;

4.2.      houtkant op talud: een houtkant die op een duidelijke, niet bewust door de mens opgeworpen helling staat, zoals op steile beekoevers, flanken van holle wegen, al of niet door de mens beïnvloede bermen op perceelsgrenzen;

5.       bomenrij: lijnvormig landschapselement bestaande uit opgaande bomen en/of knotbomen, die zo ver uit elkaar staan dat visuele en/of fysieke penetratie amper wordt gehinderd. Er zijn twee enkelvoudige types van bomenrijen: opgaande bomenrijen en knotbomenrijen:

5.1.      opgaande bomenrij: bomenrij die bestaat uit opgaande bomen;

5.2.      knotbomenrij: bomenrij die bestaat uit knotbomen met een knothoogte groter dan 200 cm en een plantafstand groter dan 150 cm;

6.       hoogstammige fruitbomen en boomgaard: groepering van minstens 2 hoogstammige fruitbomen met een stamhoogte van minstens 2 meter en met een stamomtrek van 6 tot 8 cm;

7.       mengvorm: lijnvormig landschapselement dat een mengvorm is tussen verschillende hierboven gedefinieerde types. Als gevolg van de drievoudige gelaagdheid zijn geschoren hagen en houtkanten, ingeplant met opgaande bomen en knotbomen, vanuit ecologisch standpunt de interessantste;

8.       vellen of rooien: vellen is het omhakken of omzagen; rooien is vellen met verwijdering van het wortelgestel. Hieronder wordt ook verstaan het toebrengen van schade of verminken of vernietigen door ondermeer ringen, ontschorsen, verschroeien, gebruik van chemische middelen, inkervingen en benagelen; rooien of vellen is niet het langs weiden of akkers bevestigen van afsluitdraden aan lijnvormige landschapselementen door middel van krammen en dergelijke, om percelen af te bakenen, voor zover deze landschapselementen effectief deel uitmaken van de afsluiting;

9.       amfibieënpoel:

-          grootte: 25 m² < x < 150 m² wateroppervlakte;

-          diepte: 0,50 m < x < 1,50 m;

-          bezonde oever: een ondiepe waterzone NO/NW gelegen met een wateroppervlakte van minstens 20% van de totale oppervlakte;

-          bescherming tegen vee: een degelijke afsluiting op 1,50 m afstand van de poel; 25% van de poel mag vrij blijven als drinkplaats voor het vee;

-          watervoorziening: bestaat uit kwel- en bronwater met inachtname van natuurlijke moerasvegetaties; contact met de sloot is mogelijk en toegestaan;

-          bodem: bestaat liefst uit een ondoordringbare kleilaag; folies zijn niet toegestaan;

10.     landelijk gebied: gebieden die op het gewestplan staan aangeduid als agrarisch gebied (met inbegrip van het ecologisch en het landschappelijk waardevol agrarisch gebied), bosgebied, natuurgebieden, natuurreservaten, parkgebieden.

Artikel 4:

De toelage heeft betrekking op punt- en lijnvormige landschapselementen binnen de grenzen van de gemeente Kluisbergen en die gelegen zijn op percelen, geheel of gedeeltelijk gelegen in het landelijk gebied. Alleen punt- en lijnvormige landschapselementen die aan weerszijden palen aan percelen met agrarische bodembestemming of met natuurlijke of halfnatuurlijke vegetatie (eventueel met weg ertussen) komen voor betoelaging in aanmerking.

Artikel 5:

Alleen inheemse plantensoorten, volgens inventaris in bijlage aan dit besluit gehecht, komen in aanmerking voor betoelaging.

Artikel 6:

Beplantingen of herbeplantingen die voortvloeien uit de toekenning van een kapverordening, bouw- of milieuvergunning, komen niet in aanmerking voor deze toelage.

Artikel 7:

Het is de aanvrager niet toegestaan handelingen te verrichten of door derden te laten verrichten die kunnen leiden tot de aantasting van het karakter en de structuur van de landschappelijke waardevolle elementen. Als schadelijke handelingen worden in ieder geval aangemerkt:

-          het opslaan, storten of bergen van voorwerpen, stoffen of producten in het landschapselement, tenzij bij herstel of onderhoud van het landschapselement;

-          het geheel of gedeeltelijk afgraven van het landschapselement;

-          het onoordeelkundig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen langsheen het landschapselement;

-          het verbranden van bermen langs de hagen en het hakhout in de nabijheid van de overige in bijlage vermelde landschapselementen.

Bij inbreuk dienen alle in de loop der jaren uitgekeerde subsidies voor dit landschapselement terugbetaald te worden.

Artikel 8:

De betoelaagde aanplanting dient minimum gedurende 10 jaar integraal en intact op dezelfde plaats te blijven staan. Gedurende deze periode is het verplaatsen, vellen of rooien of definitief verwijderen van het betoelaagde plantsoen niet toegestaan.

Artikel 9:

Het plantsoen dat gebruikt wordt voor aanplant moet de volgende minimale afmetingen hebben:

- 40 tot 60 cm hoogte voor bosplantsoen

- 6 tot 8 cm stamomtrek bij hoogstammige bomen.

Artikel 10:

De aanplanting of aanleg dient uitgevoerd te worden conform alle bestaande wetten, reglementen en gebruiken op dergelijke aanplantingen (vaste en erkende gebruiken, veldwetboek, pachtwet, reglement op de buurtwegen, …).

Voor de aanleg van drinkpoelen moet een bouwvergunning voor reliëfwijziging worden aangevraagd.

Artikel 11:

De subsidie moet aangevraagd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen met een aanvraagformulier volgens het model als bijlage 2 aan dit besluit gehecht. Bij dit formulier dient een recent uittreksel uit het kadastraal plan gevoegd, met aanduiding van de te planten landschapselementen.

Artikel 12:

De aanvraag moet minimaal 1 maand voor de aanvang van de uitvoering van de werken worden ingediend en is enkel geldig voor aanplantingen in het lopende plantseizoen of het eerstvolgende plantseizoen. Bij slechte weersomstandigheden, met name bij strenge vorst, kan de termijn met een maand worden verlengd.

Artikel 13:

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist, na advies van de gemeentelijke milieudienst, of de aanvrager in principe voor betreffende toelage in aanmerking kan komen.  Het Schepencollege kan het advies van de gemeentelijke Minaraad inwinnen.

Artikel 14:

De aanvrager dient dadelijk na de aanplant schriftelijk aan de gemeente te verklaren dat voldaan is aan de genoemde voorwaarden. Daartoe ontvangt de aanvrager een formulier voor controleaanvraag.

Artikel 15:

De gemeentelijke milieuambtenaar zal, na indienen van de controleaanvraag, zelf gaan controleren, of de werken zijn uitgevoerd conform de aanvraag en de voorschriften van dit reglement.

Artikel 16:

Een jaar na de uitvoering van de werken en op basis van het verslag van de gemeentelijke milieuambtenaar zal het Schepencollege al dan niet zijn goedkeuring verlenen tot uitbetaling van de toelage.

Artikel 17:

De toelage kan enkel worden gebruikt voor het plantsoen.  Materialen zoals steunpalen, meststoffen, uurlonen, e.d. komen niet in aanmerking.  Enkel het aangeslagen plantgoed kan worden betoelaagd.  Het afgestorven plantsoen komt niet in aanmerking.

Artikel 18:

Na toekenning dient de aanvrager zijn aanplant of amfibieënpoel goed te onderhouden en in stand te houden. Hij zal daartoe zorg dragen bij eventuele stoornissen in het groeipatroon. Bij eventuele onregelmatigheden kan de toelage teruggevorderd worden. De poot moet vervangen worden tot hij aanslaat.

Artikel 19:

De aanvrager wiens plantsoen gestadig zal groeien, zal eens het voldoet aan de voorwaarden beroep kunnen doen op de toelage voor het onderhoud van punt- en lijnvormige landschapselementen.

Artikel 20:

Volgende plantvoorschriften moeten gevolgd worden:

-          geschoren haag: 20 tot 33 cm, zo nodig in een dubbele rij, afhankelijk van de gewenste breedte, minimum 25 m lengte;

-          heg: maximaal 200 cm, minimum 50 m lengte;

-          kaphaag: 30 tot 150 cm, minimum 50 m lengte;

-          houtkant (gelijkgrondse of op talud): 50 tot 150 cm, in driehoeksverband, het aantal rijen is afhankelijk van de breedte van de berm, maar steeds minimum 2; de aan te planten houtkant dient minimum 150 m² te zijn;

-          opgaande bomenrij: 5 tot 10 meter plantafstand, minimum 50 meter lengte;

-          knotbomenrij: 1,5 tot 6 meter plantafstand, minimum 50 meter lengte;

-          boomgaard: afhankelijk van de soort, min. 8 meter plantafstand tussen twee bomen (zie bijlage 2), aanplant van minimum 2 bomen;

-          mengvorm: afhankelijk van de gekozen menging, bv. een dichte haag met plantafstand zoals hierboven, om de 5 à 10 meter ingeplant met afwisselend een opgaande boom en/of een knotboom.

Artikel 21:

De uitbetalingsmodaliteiten voor de aanplant/aanleg zijn:

-          er wordt uitbetaald na controle van de aanleg door de bevoegde ambtenaar, binnen de zes maanden na de aanplant of aanleg;

-          de toelage bedraagt:

§       voor hagen: voor bosplantsoen 0,50 EUR/stuk

§       voor heggen en kaphagen: 1,00 EUR/m (op die manier worden heggen bevoordeeld t.o.v. hagen)

§       voor houtkanten: bosplantsoen 1,00 EUR/m² (op die manier worden ook hakhoutbosjes bevoordeeld) (VLM: 14,00 EUR/100 m² x 5 jaar = 70,00 EUR - delen door 135 planten/100m² = 0,52 EUR/plant)

§       voor opgaande bomen: 6,00 EUR/stuk

§       voor knotbomen en hoogstammige fruitbomen: 6,00 EUR per stek, poot of stuk

§       voor de aanleg van een amfibieënpoel: 62,50 EUR als de wateroppervlakte tussen 25 m² en 50 m² bedraagt en 125,00 EUR als de wateroppervlakte meer dan 50 m² bedraagt.

Artikel 22:

Volgende algemene opmerkingen dienen door de aanvrager in acht genomen te worden:

-          de uitbetaling is slechts éénmalig;

-          er wordt enkel uitbetaald op basis van een geldig aankoopbewijs of factuur (uitzondering  hierop is de aanplant van schietwilg of boswilg, waarvoor geen aankoopfactuur nodig is);

-          de bovenvermelde bedragen voor aanplantingen worden verdeeld over de beide  aanvragers indien beide buren voor de aanplant van een landschapselement op de  scheiding van een perceel een subsidieaanvraag indienen;

-          de toelage bedraagt maximaal 200,00 EUR per aanvrager en per dienstjaar.

Artikel 23:

De landschapselementen komen slechts in aanmerking voor een onderhoudssubsidie als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

1.      geschoren hagen:

-          minimale lengte van 25 m

-          minimale hoogte van 1,25 m

-          minimale breedte van 50 cm

-          minstens 3 jaar oud;

2.      heggen:

-          minimale lengte van 50 m

-          minimale hoogte van 2,00 m

-          minimale breedte van 100 cm

-          minstens 6 jaar oud;

3.      kaphagen:

-          minimale lengte van 50 m

-          minimale hoogte van 1,50 m

-          minstens 6 jaar oud;

4.      houtkanten:

-          minstens 150 m² groot

-          minstens 10 jaar oud zijn;

5.      knotbomen:

-          minstens 3 jaar oud zijn

2.      hoogstammige fruitbomen en boomgaarden: minstens 3 jaar oud zijn;

3.      amfibieënpoelen: minstens 5 jaar oud zijn.

Artikel 24:

Elke aanvraag moet volgende elementen bevatten:

- aanvraagformulier met omschrijving van de onderhoudswerken;

- uittreksel uit het kadastraal plan en eigendoms- of pachtrecht op woord van eer;

Artikel 25:

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist of de aanvrager in principe voor betreffende toelage in aanmerking komt.

De gemeente is bereid in te staan voor het knotten van knotbomen. Hiervoor kan de eigenaar een gemotiveerde aanvraag richten aan het college van burgemeester en schepenen. De gemeente kan deze werken laten uitvoeren door geïnteresseerden die in ruil kunnen beschikken over het hout en de subsidie zoals voorzien in dit reglement.

Artikel 26:

Het onderhoud zal bestaan uit:

1.      wat geschoren hagen betreft: (twee)jaarlijks in de periode tussen oktober en maart de hagen snoeien, scheren of knippen. Er zal bij het ontstaan van gaten in de hagen zorg gedragen worden dat deze gaten opgevuld worden met soorten waaruit de haag is opgebouwd;

2.      wat kaphagen en heggen betreft: om de 3 tot 20 jaar tussen november en maart;

3.      wat houtkanten betreft: om de 3 tot 20 jaar in de periode tussen 1 november en 1 maart hakhoutbeheer toepassen en het afkomende hakhout opruimen;

4.      wat knotbomen betreft: om de 5 tot 15 jaar (afhankelijk van de houtsoort) in de periode tussen 1 november en 1 maart knotten en het afkomende hakhout afvoeren;

5.      wat hoogstammige fruitbomen en boomgaarden betreft: aan te raden is om jaarlijks in de periode tussen 1 november en 1 maart snoeiwerken uit te voeren;

6.      wat hoogstammige/opgaande bomen betreft: deze worden niet betoelaagd, omdat de boom een financieel voordeel opbrengt bij kappen en verkopen;

7.      wat amfibieënpoelen betreft: om dichtgroeien en verlanding van de poel te vermijden, dient het overtollige slib te worden geruimd in de maanden september/oktober. Een periodieke herhaalde maar beperkte ruiming (bv. jaarlijks) is te verkiezen boven een éénmalige drastische ingreep om de 5 jaar.

Artikel 27:

De aanvrager dient na uitvoering van deze onderhoudswerken de controleaanvraag volledig ingevuld terug te sturen.

Artikel 28:

De gemeentelijke milieuambtenaar zal, na het indienen van de controleaanvraag, zelf controleren of aan de voorwaarden voldaan is.

Artikel 29:

Op basis van het verslag van de gemeentelijke milieuambtenaar zal het College van Burgemeester en Schepenen al dan niet zijn goedkeuring verlenen tot uitbetaling van de toelage.

Artikel 30:

De subsidies voor onderhoud bedragen:

1.      voor hagen: 0,50 EUR per lopende meter;

2.      voor heggen en kaphagen: 2,50 EUR per lopende meter;

3.      voor houtkanten: 0,70 EUR/m²;

4.      voor knotbomen: - stamomtrek < 1 meter: 4,00 EUR/boom

- stamomtrek > 1 meter: 10,00 EUR/boom;

5.      voor hoogstammige fruitbomen: 5,00 EUR per boom  (dit is een lagere vergoeding dan de andere vormen van onderhoudssubsidie, doch de frequentie ligt hoger, nl. om de 3 jaar i.p.v. om de 5 jaar);

6.      voor opgaande en solitaire bomen: geen onderhoudssubsidie, omdat de boom een financieel voordeel opbrengt bij kappen en verkopen;

7.      voor mengvormen van hagen, heggen of houtkanten met knotbomen of opgaande bomen: cumulatie van de twee;

8.      voor onderhoud van amfibieënpoelen: 62,50 EUR.

Artikel 31:

Volgende algemene opmerkingen dienen door de aanvrager in acht genomen te worden:

-          verenigingen kunnen ook de toelage krijgen, mits het onderhoud gebeurt met schriftelijk toelating van de eigenaar/gebruiker;

-          bovenvermelde bedragen voor het onderhoud van beplantingen worden verdeeld over beide aanvragers, indien beide buren van een landschapselement op de scheiding van een  perceel een aanvraag tot subsidie voor het onderhoud ervan indienen;

-          de toelage bedraagt maximaal 200,00 EUR per aanvrager en per dienstjaar.

Artikel 32:

De toelagen voor het onderhoud kunnen slechts uitgekeerd worden met de volgende tussentijd:

-          voor hagen: om de 2 jaar;

-          voor heggen en kaphagen: om de 5 jaar;

-          voor houtkanten: om de 5 jaar;

-          voor knotbomen: om de 5 à 15 jaar, afhankelijk van de boomsoort;

-          voor hoogstammige fruitbomen en boomgaarden: om de 3 jaar;

-          voor poelen: om de 5 jaar.

Artikel 33:
Het krediet zal jaarlijks op de begroting voorzien worden. Indien het aantal aanvragen het totaal voorziene bedrag in de begroting overstijgt, zal de subsidietoekenning verlopen in functie van de datum van aanvraag tot uitputting van het bedrag voor dat dienstjaar.

Artikel 34:

Cumulatie van subsidies wordt niet toegestaan; aanleg, aanplant en/of onderhoud van punt- en lijnvormige landschapselementen worden niet betoelaagd door dit gemeentelijk subsidiereglement als een hoger bestuursorgaan een subsidie toekent voor dezelfde daad. De Provincie Oost-Vlaanderen geeft subsidies voor het (her)aanleggen en onderhouden van kleine landschapselementen (knotwilgen en veedrinkpoelen) in gebieden waar door het Provinciebestuur natuurbehoudprojecten tot ontwikkeling worden gebracht. Ook het Vlaamse Gewest geeft via de Vlaamse Landmaatschappij (V.L.M.) subsidies in het kader van de Europese verordeningen nrs.  2078/92 en 1257/99.

Artikel 35:

Afschrift van deze beslissing wordt ter kennisgeving overgemaakt aan de Gemeenteontvanger, de afdeling milieu, de afdeling secretarie en de afdeling financiën.

Artikel 36:

In toepassing van artikel 28 van het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, dit besluit ter kennis te brengen van het publiek en een beknopte omschrijving te versturen aan de heer Gouverneur der Provincie Oost-Vlaanderen.

BIJLAGE 1: 

INHEEMSE PLANTENSOORTEN WAARVOOR EEN TOELAGE KAN BEKOMEN WORDEN

Bosplantsoen

Veldesdoorn                                                  Acer campestre

Gewone esdoorn                                           Acer pseudoplatanus

Zwarte els                                                      Alnus glutinosa

Ruwe berk                                                     Betula pendula

Zachte berk                                                    Betula pubescens

Gewone haagbeuk                                        Carpinus betulus

Rode kornoelje                                              Cornus sanguinea

Hazelaar                                                        Corylus avellana

Eenstijlige meidoorn                                      Crataegus monogyna

Wilde kardinaalsmuts                                    Evonymus europaeus

Beuk                                                              Fagus sylvatica

Gewone es                                                    Fraxinus excelsior

Hulst                                                              Ilex aquifolium

Wilde kamperfoelie                                        Lonicera periclymenum

Mispel                                                            Mespilus germanica

Grauwe abeel                                                Populus canescens

Zwarte populier                                              Populus nigra

Ratelpopulier                                                 Populus tremula

Zoete kers                                                     Prunus avium

Gewone vogelkers                                         Prunus padus

Sleedoorn                                                      Prunus spinosa

Zomereik                                                        Quercus robur           

Vuilboom (Sporkehout)                                  Rhamnus frangula 

Bosroos                                                         Rosa arvensis

Hondsroos                                                     Rosa canina

Schietwilg                                                      Salix alba

Boswilg                                                          Salix caprea

Gewone lijsterbes                                          Sorbus aucuparia

Kleinbladige linde                                           Tilia cordata

Veldiep                                                           Ulmus minor

Gelderse roos                                                Viburnum opulus

Tuinplantsoen

Wilde liguster                                                 Ligustrum vulgare

Taxus                                                             Taxus baccata

Wollige sneeuwbal                                        Viburnum lantana

BIJLAGE 2:

AANVRAAGFORMULIER SUBSIDIE VOOR AANPLANT, AANLEG  EN/OF  ONDERHOUD VAN PUNT- EN LIJNVORMIGE LANDSCHAPSELEMENTEN DOOR PARTICULIEREN

Ik, ondergetekende

Naam:               ……………………………………………………………………..

Voornaam:        ……………………………………………………………………..

Straat:               ……………………………………………………………………..

Gemeente:        ……………………………………………………………………..

Eigenaar/huurder/gebruiker (*) van het perceel:

Afdeling:            ………………………………………………………………………

Sectie:               ………………………………………………………………………

Nummer:           ………………………………………………………………………

Straat:               ………………………………………………………………………

Dien hierbij een subsidieaanvraag in bij het gemeentebestuur van Kluisbergen voor de aanplant, aanleg en/of het onderhoud {*) van punt- en lijnvormige landschapselementen, op basis van het gemeentelijk reglement waarvan ik kennis heb genomen. Ik voeg hierbij een uittreksel uit het kadastrale plan met aanduiding van de plaats van aanplant, aanleg en/of onderhoud.

Datum aanvraag:                     ………………………………………………………

Datum aanvang der werken:   ..…………………………………………………….

Raming van de kostprijs:         ………………………………………………………

Bankrekeningnummer:             ………………………………………………………

Handtekening:                          ………………………………………………………

(*) schrappen wat niet past

BIJLAGE 3:

BEHEERSPAKKETTEN VAN DE VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ (V.L.M.)

1.      weidevogelbeheer – beweiden

2.      weidevogelbeheer – maaien

3.      weidevogelbeheer – plaatsen van nestbeschermers en nestmarkeerders

4.      perceelsrandenbeheer langs houtige landschapselementen en langs wegbermen

5.      perceelsrandenbeheer langs waterlopen – akkerstrook met gras of spontane vegetatie

6.      perceelsrandenbeheer langs waterlopen – akkerstrook met spontane vegetatie die spontaan evolueert

7.      perceelsrandenbeheer langs waterlopen – graasweide

8.      perceelsrandenbeheer langs waterlopen – hooiweide of hooiland

9.      perceelsrandenbeheer langs holle wegen

10.  aanplanten van een heg

11.  aanplanten van een houtkant of houtwal

12.  onderhoud van een bestaande heg

13.  onderhoud van een bestaande houtkant of houtwal

14.  aanleg of heraanleg van een poel

15.  onderhoud van een bestaande poel

BIJLAGE 4:

AANVRAAGFORMULIER CONTROLE NA AANPLANT, AANLEG EN/OF ONDERHOUD VAN PUNT- EN LIJNVORMIGE LANDSCHAPSELEMENTEN DOOR PARTICULIEREN

Ik, ondergetekende

Naam:               …………………………………………………………………………

Voornaam:        …………………………………………………………………………

Straat:               …………………………………………………………………………

Gemeente:        …………………………………………………………………………

Eigenaar/huurder/gebruiker (*) van het perceel:

Afdeling:             …………………………………………………………………………

Sectie:               ………………………………………………………………………….

Nummer:           ………………………………………………………………………….

Straat:               ………………………………………………………………………….

Verklaar dat:

1.      De aanplant, aanleg en/of onderhoud (*) van punt- en lijnvormige landschapselementen zoals voorzien in mijn subsidieaanvraag van ………………… (datum), niet is doorgegaan. (*)

2.      De aanplant, aanleg en/of onderhoud (*) van punt- en lijnvormige landschapselementen uitgevoerd is in overeenstemming met het gemeentelijk subsidiereglement en de ingediende  subsidieaanvraag van ………………….  (datum).   

Teneinde de toelage te kunnen ontvangen vraag ik de controle aan van de uitgevoerde werken en voeg hierbij het aankoopbewijs of factuur met vermelding van de aangekochte beplantingen of uitgevoerde werken. (*)

Handtekening en datum:     ……………………………………………………………………

(*): schrappen wat niet past