deutch français english nederlands
U bent hier:Startpagina

Gemeentelijke Stedenbouwkundige verordening mbt het overwelven van baangrachten

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN 01 APRIL 2003

Goedkeuren gemeentelijke stedenbouwkundige verordening met betrekking tot het overwelven van baangrachten.

De Raad,

Gelet op de artikels 112, 114, 115, 117, 119, 133 en 135§2 van de Nieuwe Gemeentewet, zoals gecodificeerd bij koninklijk besluit van 24 juni 1988 en bekrachtigd bij artikel 1 van de wet van 26 mei 1989;

Gelet op de artikels 1, 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;

Gelet op de artikels 28 en 29 van het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaams Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, gewijzigd bij decreten van 4 mei 1999, 21 december 1994, 22 december 1995, 27 mei 1997, 17 maart 1998, 13 april 1999, 18 mei 1999, 17 juli 2000 en 15 juli 2002;

Gelet op de artikels 2, 3 en 4 van de Wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten;

Gelet op het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, inzonderheid de artikels 54, 55 en 56;

Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 31 juli 1996 (B.S. 10.9.1996) met betrekking tot de vaststelling van de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen en individuele voorbehandelingsinstallaties;

Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 23 maart 1999 (B.S. 28.4.1999) met betrekking tot de vaststelling van de code van goede praktijk voor de herwaardering van grachtenstelsels;

Gelet op de beslissing van de Gemeenteraad van 23 april 2002 inhoudende goedkeuren van de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Kluisbergen en het Vlaamse Gewest voor de periode 2002-2004  waarbij door ons bestuur volgende niveau’s ondertekend werden: 01. Niveau 1 van het instrumentarium   02. Niveau 1 van de cluster vaste stoffen   03. Niveau 1 van de cluster  water  04. Niveau 1 van de cluster natuurlijke entiteiten   05. Niveau 1 van de cluster hinder   06. Niveau 1 van de cluster mobiliteit;

Overwegende dat de uitvoering van de cluster water van de samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 de daarbij noodzakelijke uitwerking impliceert van een strikte reglementering voor het inbuizen van baangrachten;

Overwegende dat door het overwelven van baangrachten het hemelwater de mogelijkheid ontnomen wordt om in de bodem te infiltreren en de verdroging in de hand werkt;

Overwegende dat door het overwelven van baangrachten het hemelwater versneld wordt afgevoerd en de bergingscapaciteit wordt verkleind;

Overwegende dat steeds groter wordende hoeveelheden hemelwater terechtkomen in het rioleringsstelsel voor afvalwater waardoor de vuilvracht sterk verdund wordt en het waterzuiveringsstation niet optimaal kan renderen;

Overwegende dat grachten een ecologische functie hebben, o.a. in het kader van de nazuivering van gezuiverd afvalwater en verontreinigd hemelwater;

Overwegende dat de gemeenten onder meer bevoegd zijn voor de aanleg en het onderhoud van openbare rioleringen, de bouw en exploitatie van kleinschalige rioolwaterzuiverings-installaties (met een capaciteit kleiner dan 2.000 IE) en het onderhoud van de onbevaarbare waterlopen van derde categorie en de grachtenstelsels binnen de gemeente;

Overwegende dat het om voormelde redenen aangewezen is een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uit te vaardigen met betrekking tot het overwelven van baangrachten.

BESLUIT:

Artikel 1:

Het is verboden baangrachten geheel of gedeeltelijk te dempen of te beschoeien met materialen die de infiltratie van water naar de bodem kunnen tegenwerken.

Artikel 2:

Het overwelven of inbuizen van baangrachten gelegen langs buurtwegen of gemeentewegen wordt beleidsmatig niet toegelaten.   Hiervan kan slechts om strikt technische redenen worden afgeweken.   Bijgevolg kan het overwelven of inbuizen van baangrachten slechts toegestaan worden mits een voorafgaande en schriftelijke stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 3:

De aanvrager dient zijn aanvraag tot het overwelven van een baangracht schriftelijk te richten aan het College van Burgemeester en Schepenen. Alle kosten, nl. aankoop van buizen, bakstenen, zavel, cement enz….zijn door de aanvrager rechtstreeks met de leverancier te regelen. Alle benodigdheden zullen door de aanvrager ter plaatse gebracht worden. Alleen de gemeente is bevoegd om de baangracht te overwelven.

Artikel 4:

De werken dienen uitgevoerd te worden in overeenstemming met volgende richtlijnen:

a)      De overwelving heeft een maximale breedte van 5 meter. Mits grondige motivatie vanwege de aanvrager kan het college van Burgemeester en Schepenen een afwijking op deze maximale breedte toestaan;

b)      Het overwelvingselement heeft een minimale diameter van 400 mm. Indien het College van Burgemeester en Schepenen dit omwille van verantwoorde technische redenen noodzakelijk acht kan een andere specifieke diameter opgelegd worden;

c)      Door het College van Burgemeester en Schepenen kunnen bijkomende voorwaarden worden opgelegd, o.a. met betrekking tot het aanvullen van het duikerslichaam, het voorzien van kopmuren, het voorzien van inspectieschouwen, verder aanvullen van de greppels, enz. …;

d)      De betonbuizen dienen geplaatst te worden in een volledig ontruimde grachtbodem.  Ze worden geplaatst zonder schade toe te brengen aan de grachtkanten en zonder schade toe te brengen aan mogelijk aanwezige nutsleidingen;

e)      De vergunninghouder of zijn rechtsverkrijger is te allen tijde verantwoordelijk voor de goede staat en werking van de overwelving.  Hij is verplicht de overwelving te ruimen en vrij te houden van alle obstakels die een goede afwatering verhinderen. De vergunninghouder of zijn rechtsverkrijger mag, door het aanbrengen van de overwelving, nooit de goede afwatering van derden in het gedrang brengen of wijzigingen. Hij is eveneens verplicht in de landelijke gebieden, in geval er geen verharding wordt voorzien over de overwelving, de wegberm in een goede staat te onderhouden zodat steeds een gelijkaardig dwarsprofiel van de weg en berm wordt aangehouden;

f)        De werken waarvoor vergunning wordt verleend worden uitgevoerd volgens de regels van de kunst en van deugdelijke bouw, overeenkomstig de aanduidingen van de goedgekeurde tekeningen en/of beschrijving van de werken en de eventuele aanwijzingen die door ambtenaren of beambten van het gemeentebestuur worden gegeven;

g)      Het is verboden afvalwater- of hemelwaterleidingen aan te sluiten op de overwelving.

Artikel 5:

De vergunning is ten voorlopige titel. Wanneer het openbaar nut dit vergt of de werken in enig opzicht nadelig zijn, kan het College van Burgemeester en Schepenen steeds tot wijzigingen of het herstel in oorspronkelijke staat bevelen.  Het College van Burgemeester en Schepenen stelt een redelijke termijn vast binnen welke de aanpassing, af- of uitbraak moet voltooid zijn.

Indien de aanpassings-, af- of uitbraakwerken niet binnen de gestelde termijn zijn uitgevoerd, zal het College van Burgemeester en Schepenen zelf deze noodzakelijke werken uitvoeren op kosten van de vergunninghouder.

De kosten en uitgaven worden bij de vergunninghouder ingevorderd na voorlegging van een eenvoudige kostenstaat van aannemers of werklieden, al dan niet gestaafd door kwitanties of rekeningen.

Het College van Burgemeester en Schepenen is steeds gemachtigd ambtshalve maatregelen te treffen met het oog op het aanpassen, af- of uitbreken van de overwelving.

Artikel 6:

Wanneer de te overwelven baangracht een geklasseerde waterloop is, zal de aanvraag bij de bevoegde overheid moeten geschieden volgens de bepalingen van de wet van 22 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen:

-          Voor de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie moet de aanvraag gebeuren bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie milieu-, natuur-, land- en waterbeheer (AMINAL), Afdeling Water en moet de aanvraag gebeuren overeenkomstig de "richtlijn voor het aanvragen van machtigingen voor het uitvoeren van werken aan en langs onbevaarbare waterlopen van eerste categorie";

-          Voor de onbevaarbare waterlopen van tweede en derde categorie moet de aanvraag gebeuren bij de heer Gouverneur van de provincie.

Wanneer de te overwelven baangracht gelegen is langs een gewestweg moet vooraf een machtiging aangevraagd worden bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Wegen en Verkeer (AWV).

Wanneer de te overwelven baangracht gelegen is langs een provincieweg moet vooraf een machtiging aangevraagd worden bij de heer Gouverneur van de provincie.

Artikel 7:

Overtredingen van deze gemeentelijke stedenbouwkundige verordening worden bestraft zoals voorzien in het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.

Artikel 8:

Het College van Burgemeester en Schepenen wordt met de uitvoering van deze beslissing belast.

Artikel 9:

Dit reglement zal overeenkomstig de artikels 112 en 114 van de Nieuwe Gemeentewet afgekondigd en bekend gemaakt worden.

Artikel 10:

Afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan het parket van de Procureur des Konings bij de politierechtbank te Oudenaarde, de griffies van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement en van de politierechtbank van het kanton, de Zonechef van de Politiezone Vlaamse Ardennen, de wijkpost Kluisbergen van de lokale politie, AMINAL-Afdeling Water, de heer Gouverneur der Provincie Oost-Vlaanderen, de afdeling secretarie, de afdeling gemeentewerken en de afdeling milieu.

Artikel 11:

In toepassing van artikel 28 van het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, dit besluit ter kennis te brengen van het publiek en een beknopte omschrijving te versturen aan de heer Gouverneur der Provincie Oost-Vlaanderen.